Latijns-Amerika in Beweging

Blog

De groene pen van Nienke

De groene pen van Nienke

Ik ben Nienke Busscher en voor mijn PhD onderzoek aan de Rijksuniversiteit van Groningen ben ik momenteel in Argentinië voor veldwerk. Ik ga de komende 7 maanden bloggen over de groeiende investeringen in en aankopen van land in Argentinië ten bate van soja cultivatie, veeteelt, mijnbouw en houtplantages. In mijn blogs probeer ik een beeld te schetsen van de gevolgen van deze investeringen op sociaal en ecologisch vlak en daarnaast wil ik meer inzicht geven in de politieke situatie in Argentinië.

Blogging sinds: 30 oktober 2014
zondag, 26 april 2015 16:12

Lithiumwinning – goudmijn of ramp voor de toekomst?

Lithium wordt al sinds ongeveer 1900 gewonnen, maar het echte economische succes van dit metaal is voorspeld voor de komende jaren. In Latijns Amerika wordt de oprukkende vraag naar lithium ‘la fiebre del litio’ genoemd (lithiumkoorts). Deze naam heeft het vooral te danken aan de voorspelling dat lithium in de toekomst als dé manier wordt gezien om ons vervuilende transport te verduurzamen en de westerse afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te temmen. Er wordt verwacht dat door de vraag naar elektrische auto’s de vraag naar lithium enorm gaat stijgen. Lithium wordt namelijk gebruikt voor de accu’s van dit type auto. Ook wordt lithium gebruikt in onder meer tablets, laptops en telefoons. In het noordwesten van Argentinië, het noorden van Chili en in Bolivia zouden samen ongeveer 85 procent van de wereldwijde lithiumreserves liggen. De reserves liggen opgeslagen in de enorme zoutvlaktes die op hun beurt verschillende mijnbouwbedrijven aantrekken. Zo ook hier in Jujuy, waar ik de afgelopen weken ben geweest om deze vermeend schone manier van mijnbouw te bestuderen. Lithiumwinning wordt als schoon aangeduid, aangezien er dankzij evaporatie (door middel van verdamping wordt lithium onttrokken) relatief weinig chemicaliën worden gebruikt bij de winning en er geen explosieven worden gebruikt om toegang te krijgen tot de mineralen. Bij reguliere mijnbouw is dit vaak wel het geval.


Salar de Olaroz

Jujuy is één van de noordelijke provincies van Argentinië, waar sinds 2009 al constructies gaande zijn om de eerste lithiummijn in Argentinië te openen: Salar de Olaroz. Vorig jaar is de mijn officieel geopend en is het eerste lithium gewonnen. Naar schatting wordt er 17.500 ton per jaar gewonnen. Eén ton lithium is op dit moment tussen de 5500 en 6000 dollar waard. De mijn ligt aan Paso de Jama, een oversteekroute tussen Argentinië en Chile. De zoutvlakten in dit gebied hebben veel weg van de bekende zoutvlaktes in Uyuni (Bolivia) en Salinas Grandes (Argentinië), waar veel toeristen komen. Ook in deze gebieden zijn mijnbouwbedrijven actief om verkennend onderzoek te doen naar lithiumwinning.

 

In het provinciale reservaat La Reserva Provincial Fauna y Flora Olaroz-Cauchari heeft de Argentijnse overheid toestemming gegeven aan Orocobre (een Australisch mijnbouwbedrijf) en Toyota Tsucho (een Japanse autofabrikant) om lithium te winnen. Ook heeft de provincie van Jujuy een aandeel in de mijn van 8,5 procent. Gezamenlijk opereren ze onder de naam Sales de Jujuy. Er wordt geschat dat de mijn veertig jaar lang mineralen kan winnen. In de mijn wordt niet alleen lithium gewonnen, maar ook kaliumcarbonaat en borax. Deze stoffen worden o.a. gebruikt voor glas en keramiek. Er is in de loop der jaren in totaal 63.000 hectare land opgekocht op strategische plekken, om zo toegang te krijgen tot wegen, water en natuurlijk de zoutvlakten zelf. Het idee achter de enorme hectares die zijn opgekocht is flexibiliteit creëren voor het uitbreiden van de activiteiten van de bedrijven. Denk daarbij aan een productieplek voor het verwerken van lithium. Het opkopen van het land heeft vergaande gevolgen voor de talloze kleine nederzettingen en dorpjes, die in dit gebied communale eigendomstitels hebben. Zij moeten hun grondrechten gaan delen met de mijnbouwbedrijven, aangezien de Argentijnse staat eigenaar is van de ondergrondse grondrechten en deze naar gelang haar interesses kan verkopen.


Susques

De regio Susques, waarin de lithiummijn zich bevindt, karakteriseert zich door droogte, veel zonuren, extreme verschillen in temperatuur, duizelingwekkende hoogten en een afgelegen karakter. Om een idee te krijgen: om bij de mijn te komen, moet je eerst de bergpas ‘Puerta de Lipan’ door, waar je stijgt tot 4.170 meter. Het aantal haarspeldbochten is bijna ontelbaar. Vervolgens moet je bijna 160 kilometer doorrijden tot je bij de mijn komt. Af en toe zie je wat huisjes langs de weg, maar verder kom je er bijna niemand tegen. De mijn ligt op ongeveer 3900 meter hoogte. Deze omstandigheden zorgen ervoor dat de mensen die in dit gebied leven erg geïsoleerd hebben geleefd en traditionele leefgewoontes intact zijn gebleven. De mensen leven vooral van kleinschalige landbouw en veehouderij (lama’s, schapen en geiten). Hierdoor zijn ze enorm afhankelijk van water. In de regio wordt er voorzichtig omgegaan met het gebruik van water, aangezien het schaars is. In hostels in de regio word je bijvoorbeeld dan ook gevraagd voorzichtig om te springen met water. De komst van de mijn zal echter betekenen dat waterreserves die normaal gesproken door de lokale bevolking gebruikt konden worden, gebruikt worden voor de evaporatiebaden om lithium te winnen. Hierdoor zijn critici bang dat de lithiumwinning op termijn enorm veel invloed zal hebben op de watervoorraden, flora en fauna en kwaliteit van het land. De winning kan bijvoorbeeld betekenen dat de vicuña-populatie die in het reservaat wordt beschermd te maken krijgt met omstandigheden die hun voortbestaan bedreigen. Want helaas hebben veel mijnbouwactiviteiten uitgewezen te leiden tot grootschalige vervuiling.

 

Een andere zorg is de aantasting van het zout. In Salar de Olaroz leven de mensen niet van de zoutwinning, maar in bijvoorbeeld Salinas Grandes wel. Doordat er bij lithiumextractie grondwaterlagen worden doorboord, kan het zoute water met zoet water in aanraking komen. Zo kan zowel de kwaliteit van het zoute als het zoete water aangetast worden. Een andere zorg is wat er gebeurt als de mijn in onbruik raakt wanneer de mineralen uitgeput zijn. Door de opening van de mijn zal er meer werkgelegenheid ontstaan. Dit is echter voor een relatief korte periode. Bij het sluiten van de mijn zijn er weinig alternatieven om in het gebied te blijven werken. Hierdoor is deze vorm van investeren niet duurzaam op de lange termijn.

 

De verhalen over hoe het mijnbouwbedrijf te werk gaat in de regio en hoe ze de lokale bevolking proberen te betrekken in de mijnbouwactiviteiten door middel van bijvoorbeeld het bieden van werkgelegenheid, lijken positief. Ik kan echter niet anders dan m’n hart vasthouden hoe in zo’n fragiel ecosysteem een enorme mijn actief is en er waarschijnlijk nog meerdere zullen worden geopend. Mijn zorg om de vervuiling en toegang tot water is één, maar de buitenlandse betrokkenheid betekent ook dat een groot deel van de winst wordt meegenomen naar deze landen en er een nog groter rijkdom verschil ontstaat tussen landen als Argentinië, die hun mineralen laten winnen, en landen als Australië en Japan die het land uitbaten. Helaas is de Argentijnse wet zo opgezet (al sinds de jaren '90) dat er maar drie procent betaald hoeft te worden aan de staat voor de winning van de mineralen. De rijkdom van Argentinië vloeit zo dus grotendeels het land uit, terwijl de Argentijnse overheid tegelijkertijd afhankelijk is van dit soort inkomsten om hun begroting rond te krijgen.


Nederlandse investeringen in lithium

Ook de Nederlandse overheid is de aantrekkingskracht en potentie van lithium niet ontgaan. In 2013 heeft de Rijksoverheid onder Ploumen aangekondigd een samenwerking aan te gaan met de Boliviaanse overheid (zie ook de website van de Rijksoverheid). De investeringen dienen om zowel in Nederland als in Bolivia de industrie en het onderwijs te stimuleren. Deze investeringen worden vaak gedaan zonder de impact van de winningsactiviteiten op de lokale bevolking en de natuur in acht te nemen. Ondanks de werkgelegenheid die er wordt gecreëerd, gaat het initiatief ten koste van cultuur en natuur. Dit onderschrijft andermaal het feit dat de Nederlandse overheid natuurlijke hulpbronnen als manier om de nationale economie te stimuleren ziet en niet als primaire levensbehoefte voor lokale zelfvoorzienende boeren.

 

 

Reageer

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <i> <strong> <b> <cite> <blockquote> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <h2> <h3> <h4> <hr>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

Reacties