Latijns-Amerika in Beweging

Chocó
woensdag, 2 mei 2012 9:23

Chocó, een stukje Colombia op het LAFF

Door: Alba Sueiro
Pablo Eppelin, Christian Schramm
Bron: Noticias

Op de achtste editie van het Latin American Film Festival (LAFF), dat van 18 tot en met 27 april in Utrecht werd gehouden, sprak Noticias met de Colombiaanse regisseur Jhonny Hendrix over de Colombiaanse film in het algemeen en zijn speelfilm Chocó in het bijzonder.

Chocó vertelt het verhaal van een jonge moeder die met haar twee kinderen in een houten hut aan de rand van een Colombiaans dorpje woont. Met een slecht betaalde baan in een goudmijn en een man die het kleine beetje geld aan drank opmaakt, is het voor de hoofdrolspeelster elke keer weer een kunst om het eind van de maand te halen. Als ze haar baan verliest en erachter komt dat haar man het laatste restje spaargeld heeft verbrast, slaat haar hoop om in wanhoop.

Welke veranderingen heeft de Colombiaanse film in de laatste tien jaar doorgemaakt?

De Colombiaanse film is met tweehonderd procent vooruitgegaan. We zitten duidelijk nog in een leerproces, maar veel van de dingen die zijn gedaan hebben ervoor gezorgd dat de Colombiaanse film staat waar hij nu staat. Met twee films op het festival van Cannes en vertoningen op talloze festivals zoals Berlijn, Sundance. De afgelopen tien jaar zijn er, geloof ik, meer dan tien films tot dit soort festivals doorgedrongen. Ik denk dat onze filmwet daarvoor heeft gezorgd. De steun van instanties als Pro-Imágenes (Colombiaans filmstimuleringsfonds, red.) of de afdeling cinematografie van het ministerie van cultuur hebben de ontwikkeling van de Colombiaanse film gestimuleerd.

Ook de thematiek is veranderd. Het gaat niet alleen meer over de drugshandel en de burgeroorlog.

De Colombiaanse film belicht een nieuwe thematiek. Volgens mij is film een manier om duivels uit te drijven, de duivels waar we dagelijks mee te maken hebben. Aanvankelijk ging de Colombiaanse film over het probleem van de drugshandel, omdat dat was wat jonge regisseurs toen zagen. Vandaag de dag beginnen we vanwege nieuwe ontwikkelingen, een nieuw soort film en nieuwe inzichten voorzichtig naar andere zaken te kijken. We kijken naar nieuwe spelers, nieuwe persoonlijkheden en naar hoofdrolspelers van vlees en bloed. Gewone, alledaagse mensen. En ik denk dat het ons ertoe heeft gebracht andere films te maken dan we waren gewend.

Het Colombiaanse ministerie van cultuur financiert films. Belet dat het maken van kritische films?

Gelukkig speelt de thematiek geen rol bij de toekenning van filmprijzen of bij de financiering door het ministerie. Dat is gelukkig heel transparant en nodigt internationale filmcritici uit om te bepalen welke projecten in de prijzen vallen en welke financiële steun krijgen. Ik kan erover meepraten omdat ik zelf diverse prijzen heb gewonnen. Het is mogelijk om films te maken die veel dingen zeggen die ze in Colombia liever niet zeggen.

Wat vind je ervan dat het LAFF dit jaar veel aandacht had voor Colombia?

Ik denk dat de aandacht die Colombia op dit festival krijgt erg interessant en belangrijk voor ons is. Ten eerste omdat de meest representatieve films van de afgelopen drie jaar zijn gekozen. Ten tweede omdat het ons een belangrijke opening in Nederland biedt, aangezien sommige van onze films Nederland niet bereiken. En zoals ik bij de vertoning van mijn film heb gezien, kunnen de Colombianen hier de film ook zien. Ze kunnen horen wat we te zeggen hebben, alle aanklachten die we via onze beelden uiten; iets wat ze vanuit Colombia niet kunnen zien.

Wat heeft jou geïnspireerd om Chocó te maken?

Ik kom uit Chocó en als je er dan terugkomt en de problemen ziet, zoals het machogedrag tegenover vrouwen, de problemen rond de mijn en de gedwongen verhuizing van veel mensen, dan doet dat je uiteraard pijn. En vanuit die pijn ontstond het verhaal van een vrouw die thuis wordt mishandeld en in de mijn wordt uitgebuit. Maar ze is daar financieel volledig afhankelijk van, omdat het de enige manier is om eten te kunnen kopen en haar gezin te kunnen onderhouden. Daar komt het idee uit voort. Maar alles begint met taart. Om de eenvoudige reden dat veel kinderen daar nog nooit een gebakje hebben geproefd en het leek me mooi om dat in een film te gebruiken. 

De film heeft veel elementen van een documentaire in zich. Laten we daar even op ingaan.

Ik heb er bij het maken van de film voor gekozen de acteurs heel natuurlijk te laten spelen. En de enige manier om ervoor te zorgen dat ze overtuigend overkomen was werken in spelvorm. Veel van de scènes waren een vraag-en-antwoordspel dat niet per se echt geacteerd hoefde te worden. Jazeker, ze acteren, maar als ze niet weten wat hen gevraagd gaat worden, zijn de antwoorden heel transparant en ongekunsteld. Geen enkel moment wordt er overgeacteerd, maar ze geven ook geen enkele keer nietszeggende antwoorden, omdat alles spontaan gebeurt. Dat is wat ik zocht tijdens het maken van de film.

Hoe was je relatie met de acteurs?

Met de meeste mensen met wie ik heb gewerkt, heb ik vier maanden doorgebracht zodat we tijd hadden om te praten en elkaar te leren kennen. Het script van de film is daardoor gegroeid en geloofwaardiger geworden. Door dit proces groeide ook de hoofdrolspeelster in haar rol. Het bood mij de gelegenheid een film te maken waaruit niet meteen bleek dat de spelers nooit eerder hadden geacteerd en zonder dat duidelijk werd dat het een documentaire kan zijn. Het proces van vraag en antwoord maakte het mogelijk om een heel interessante, openhartige film te maken, die vertelt wat we moesten vertellen.

 

Vertaald door Lydia Stoots en Berber Hartman

Reageer