Latijns-Amerika in Beweging

Politiek

maandag, 28 november 2016 22:01

Is Europees ideaalbeeld over links Zuid-Amerika onjuist?

Door: Anna Ensing

“In Europa bestaat een ideaalbeeld van de ‘ruk naar links’ in Zuid-Amerika”, zegt Eduardo Gudynas, prominent sociaal-ecoloog uit Uruguay. “De progressieve regeringen, die de afgelopen vijftien jaar de politiek in Zuid-Amerika bepaalden, hebben belangrijke successen geboekt, maar ze zijn niet links. Ze vormen een geheel nieuwe politieke stroming met een eigen identiteit.”

Toen Hugo Chavez in 1998 de verkiezingen in Venezuela won, zette hij de toon voor het begin van de zogenaamde ‘ruk naar links’ in Zuid-Amerika. Ook in Ecuador, Brazilië, Uruguay, Bolivia, Argentinië, en heel even in Paraguay, werden rechtse regeringen vervangen door regeringen met een meer progressieve of linkse stijl.

Dit was een niet te verwaarlozen politieke verschuiving, al was het maar omdat hierdoor in het begin van de 21ste eeuw zeven van de twaalf Zuid-Amerikaanse landen, oftewel 300 miljoen mensen, een progressieve regering hadden.

Minder mensen in armoede

Eduardo Gudynas, sociaal-ecoloog aan het Centro Latino Americano de Ecología Social (CLAES) in Uruguay, noemt deze groep regeringen de ‘progresismos’. Dat wil zeggen dat deze, ondanks hun diversiteit, zoals in de mate waarin ze de formele politieke structuur behielden of de grondwet wijzigden, of hun mate van radicaliteit, veel gelijkenissen vertonen en elkaar erkennen als deel van dezelfde progressieve groep.

De ‘progresismos’ hebben volgens Gudynas belangrijke successen geboekt in Zuid-Amerika. Terwijl in Europa de economische crisis toesloeg, slaagde Zuid-Amerika erin om de economie te laten groeien. Staatsbudgetten namen toe en daarmee ook diverse staatssubsidies. Bovendien zorgden de progresismos ervoor dat minder mensen in armoede leefden en de middenklasse groeide.

Verschillen met links

Toch kan Gudynas het tijdens zijn lezing in Barcelona op 29 februari niet vaak genoeg herhalen: de ‘progresismos’, van Chavez in Venezuela tot Mujica in zijn eigen land Uruguay, zijn niet links. Links nam de macht over, maar veranderde. Het ‘progresismo’ vormt nu een politieke stroming met een eigen identiteit. Het is zeker niet rechts, maar vertoont wel grote verschillen met de linkse bewegingen van de jaren ’90 waar ze uit voortkwam.

In zijn artikel, ‘Los progresismos sudamericanos: ideas y practicas, avances y limites’, wijdt hij hierover uit. De verschillen tussen ‘las izquierdas’ en ‘los progresismos’ heeft hij in een schema gezet. Ze omvatten verschillen op zeven gebieden, van hun visie op ontwikkeling tot hun democratische gehalte en houding ten aanzien van sociale bewegingen.

Geïntegreerd in het kapitalisme

“Terwijl de linkse beweging aan het eind van de vorige eeuw discussieerde over een alternatieve invulling van het begrip ‘ontwikkeling’ en het kapitalisme verwierp, hebben de progresismos zich in de kapitalistische wereldmarkt geïntegreerd. Ze bekritiseren het kapitalisme en proberen het door staatsbedrijven enigszins te beheersen. Maar hun economie is nog steeds gebaseerd op het exporteren van ruwe grondstoffen en hun visie van ontwikkeling op economische groei.”

Onder deze omstandigheden werd milieubescherming steeds minder belangrijk. Het mocht immers geen obstakel vormen voor de ‘ontwikkeling’ van deze landen. Natuurgebieden gingen verloren en er was steeds meer vervuiling, aldus Gudynas.

Een ander belangrijk punt waarmee het progresismo zich volgens Gudynas onderscheidt van links in de jaren ’90 is hun sociaal beleid. Sociaal beleid richt zich onder de progresismos veelal op materiële welvaart en economische herverdeling. Gudynas noemt de regering van Correa in Ecuador als voorbeeld bij uitstek van een paternalistische staat die aan liefdadigheid doet.

“Dit soort directe hulp is heel belangrijk in crisismomenten, maar om armoede structureel tegen te gaan, zijn maatregelen zoals het formaliseren van werkgelegenheid, zorgen voor de rechten van werknemers en het institutionaliseren van de sociale zekerheid veel effectiever.”

Legitimeren als linkse regering

Met deze argumenten haalt Gudynas de linkse retoriek van de progresismos over hun behaalde successen onderuit. Het bieden van economische subsidies aan armen heeft volgens hem een belangrijke strategische functie. “Hierdoor kunnen ze zich legitimeren als linkse regeringen, en tegelijkertijd sociale conflicten, bijvoorbeeld over natuurlijke hulpbronnen, temperen.”

Daarnaast laat Gudynas met cijfers zien dat progressieve regeringen niet per se meer subsidies uitkeren dan conservatieve regeringen zoals in Colombia of Mexico. En dat een land als Bolivia meer subsidies uitkeert aan oliebedrijven dan aan de armen.

Mujica verdedigde mijnbouw

Ook Pepe Mujica, de voormalig Uruguayaanse president die internationaal bewonderd wordt vanwege zijn linkse discoursen, ontsnapt niet aan de kritiek van Gudynas. “Mujica wordt door links in Europa bijna als een heilige neergezet. Natuurlijk was de regering van Uruguay onder Mujica een enorme vooruitgang. Maar wie hem elke dag meemaakte, zag dat de praktijk vaak niet samenging met zijn discoursen.”

Zo was Mujica volgens Gudynas één van de presidenten die de milieuwetgeving het meest heeft aangevallen. Mujica verdedigde ook het eerste grootschalige bovengrondse mijnbouwproject in Uruguay en wie zich hiertegen verzette, noemde hij een ‘milieuterrorist’ .

Ideaalbeeld in Europa

Toch plaatst Gudynas, zowel in zijn artikel als tijdens zijn lezing, zijn kritiek voortdurend in perspectief. “Het is begrijpelijk dat vooral in Zuid-Europese landen, die hard getroffen worden door de financiële en economische crisis, er veel bewondering is voor de Zuid-Amerikaanse politiek. En de progresismos staan zeker links van de conservatieve maar ook van de meeste sociaal-democratische regeringen in Europa. Maar in Europa bestaat een ideaalbeeld van ‘de ruk naar links’ in Zuid-Amerika.

Ruim vijftien jaar na het begin van de ‘ruk naar links’ is deze volgens Gudynas ‘uitgeput’. Hij onderbouwt dit met drie argumenten. Ten eerste zijn de progresismos volgens hem niet meer politiek innovatief en op sommmige gebieden is er zelfs een achteruitgang te zien. Als voorbeelden noemt hij de bezuinigingen in Brazilië onder Rousseff of het aangaan van allianties tussen de private en de publieke sector in Ecuador.

Daarnaast hebben ze hun belofte om bepaalde problemen op te lossen niet waar kunnen maken, zoals het verminderen van criminaliteit, geweld en corruptie in veel landen of het realiseren van de Plurinationale staat in Bolivia.

Tenslotte, besluit Gudynas, lijkt het progresismo het beetje energie dat het nog heeft te gebruiken om zichzelf in stand te houden, in plaats van het te gebruiken om publieke problemen op te lossen. De ‘progresismos’, hoewel formeel nog in meerdere landen aan de macht, hebben volgens Gudynas hun kracht verloren.

 

Dit artikel is gebaseerd op het artikel ‘Los progresismos sudamericanos: ideas y practicas, avances y limites’ van Eduardo Gudynas en op zijn lezing op 29 februari in Barcelona. Het artikel maakt deel uit van het boek ‘Rescatar la esperanza. Más allá del neoliberalismo y el progresimo’, van de Spaanse organisatie Entrepueblos, waarin verschillende Latijns-Amerikaanse academici en activisten hun interpretatie geven van de zogenaamde ‘ruk naar links’. Noticias publiceert de komende weken enkele artikelen op basis van dit boek. Het volledige artikel van Gudynas is hier in het Spaans te lezen.

Meer informatie over Eduardo Gudynas

Meer artikelen over het boek: Latijns-Amerika terug naar populisme van 'lage intensiteit'

Reageer

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <i> <strong> <b> <cite> <blockquote> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <h2> <h3> <h4> <hr>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.