Latijns-Amerika in Beweging

vrijdag, 15 augustus 2014 10:38

"Ik ben bang dat het vooral het begin is van iets."

Interview met Chihiro Geuzebroek over haar film Radical Friends

Chihiro Geuzebroek wijdde de afgelopen vier jaar van haar leven aan het maken van haar eerste langspeelfilm. Radical Friends is een film “voor mensen die willen dat de mensheid nog even blijft. Het is een uitnodiging om de confrontatie aan te gaan met onze eigen sterfelijkheid, en hoe dat verbonden is met een misselijkmakende cultuur waarin we leven”.

De gedreven Amsterdamse met Boliviaans bloed gaat in Bolivia op zoek naar radicale vrienden, probeert een band op te bouwen met haar vader en zelf een betere activiste te worden. Zaterdag 16 augustus gaat de film in première op World Cinema Amsterdam. Wij interviewden Chihiro over het eindproduct van haar persoonlijke project.

                     

Wanneer besloot je deze film te maken?

Dat was in december 2009, op de klimaattop in Kopenhagen, waar ik toen was als activiste en itemmaker voor BodhiTV. Terug in Nederland kon ik het niet loslaten. De Boliviaanse delegatie was voor mij op de top het meest hoopvol en inspireerde me. Ik dacht: ”het is now or never”.

Iets wat echt tot in mijn ziel doordrong, was het besef dat het een gevecht was tussen een cultuur van dood en één van leven. Ik voelde dat ik leef in die cultuur van dood en vernietiging en ik wil daar uit. Ik ben aan het stikken, wil naar de cultuur die het leven waardig acht.

Hoe hebben je Boliviaanse roots invloed gehad op je keuze om naar Bolivia te trekken?

Ik had hoe dan ook wel een film gemaakt over ecocide en rechten voor moeder aarde. Als ik niet half Boliviaanse was geweest, had ik waarschijnlijk niet de ballen gehad om een feature film in Bolivia te maken en te voelen dat ik de juiste persoon was om het te doen.

Toch gaat het mij niet alleen om die “natiestaat roots”, wel om hoe we onderdeel uitmaken van de grotere familie van leven. Mensen begrijpen wel dat je verlangt naar je roots als het gaat om een natiestaat met een cultuur, en inheemse dansen. Maar dat gaat alleen over etniciteit, en ik wilde meer de roots van fundamenteel respect voor het leven en die verbondenheid van wortels van bomen en planten weergeven, en vooral het gebrek daaraan.

“Ik voel me hier meer thuis dan in NL”, zeg je in je film. Hoezo?

In Nederland wordt je meteen in een hoekje geduwd als je een gesprek wil voeren over huidige vormen van imperialisme. In een land dat heeft geleden onder imperialisme, hoef je niet uit te leggen waarom het verwerpelijk is en waarom we er van af moeten stappen.

Ik had ook de specifieke nieuwsgierigheid van “hoe zijn de mensen daar, heb ik er iets mee gemeen?”. Ik verlangde er naar om me er mee verbonden te voelen. Hier in Nederland was ik altijd een beetje anders.

Je bent ook een mijn gaan bezoeken in Potosi. Hoe heb je dat ervaren?

De eerste keer was ik heel erg bang. Niet zozeer voor dynamiet, of de explosies, maar meer voor de emotionele ontlading. Ook stelde ik me de vraag wat ik daar eigenlijk kwam doen, waarom ik die rol nu net op mij wou nemen. Ik voelde me schuldig. Ik zocht dan ook naar de meest integere manier om de schijnwerper te zetten op de connectie tussen uitbuiting van de natuur en de uitbuiting van mensen.

Uiteindelijk ben ik erg tevreden over het contact met twee dove mijnwerkers. Zij waren in mijn ogen de meest gemarginaliseerde stem van de meest gemarginaliseerde plek van het meest gemarginaliseerde land. Zo hebben we uiteindelijk met hulp van de gebarentolk een deel van de geschiedenis op een heel visuele manier kunnen vertellen.

Wat waren de grootste obstakels die je in dit project bent tegengekomen?

Eerst en vooral kwam ik qua vermogen niet in de buurt van het begrootte budget voor een auteursdocu. In Nederland is er wel interesse in het “terugkeren naar je roots”, maar als er dan een activistisch geurtje aan zit, en de naam van een zogeheten socialistische president, heb je toch met gatekeepers te maken. Je vangt al snel bot met zo’n voorstel als dat van mij.

Het grootste obstakel was de post-productie. Voor de productie heb je zoveel enthousiasme, zoveel ambitie, dat niets je tegenhoudt. Toen ik terugkwam, met zestig uur beeldmateriaal, besefte ik dat ik geen editor had. Mijn co-producent was echt mijn beschermengel. Hij heeft uiteindelijk aangeboden om de montage gratis te doen, en te investeren in de animator, geluidscorrectie, de studio voor voice-over, alles wat bij de post-productie komt kijken.

Maar dat is op procesniveau. Het allermoeilijkste wat je tegenkomt zijn je eigen emoties, en je twijfels.

Wat heb je vooral onthouden van de ontmoeting met Evo Morales?

De ontmoeting met Evo was een belangrijke motivatie om naar Bolivia te gaan, maar het was geen motivatie voor mijn film. Ik zag hem vanaf het begin als onderdeel van het geheel, en niet het onderwerp.

Ik wilde überhaupt geen superhelden neerzetten in mijn film, want zij geven het idee dat er mensen zijn die het allemaal op een rijtje hebben, en dat is een mythe. Er zijn alleen mensen die bereid zijn om verantwoordelijkheid te nemen en rotzooi te ruimen, zoals Evo.

Wat ik bij hem opzocht was die menselijkheid. Daarom koos ik ook andere shots bij de persconferentie. Normaal zie je alleen de tafel, met de persoon erachter, maar ik wilde ook de rest van de ruimte tonen, de menselijkheid van het geheel.

In de film zeg je dat je missie is om een betere activiste, beter familielid, enz. te worden. Ben je daarin geslaagd, denk je?

Ik ben vooral sterker geworden in het vertrouwen in mijn eigen keuzes, waarin ik me meer laat leiden door mijn idealen dan door carrière of geld. Mijn ambitie als activiste is zo goed te zijn als Vandana Shiva of Naomi Klein, dus daar ben ik nog lang niet.

Wat mijn familie betreft, dat moet je eigenlijk aan hen vragen (lacht). Mijn vader heeft de film gezien en vond het heel confronterend, maar hij heeft wel een exemplaar gekocht en naar de Boliviaanse familie gestuurd. Dat betekent heel veel voor me. Hij vindt het wel lastig dat zijn eigen kwetsbaarheid zo getoond wordt, maar eigenlijk is dat het onderwerp van de film: het tonen van kwetsbaarheid, die van mezelf, van de mensen die ik ontmoet en van ons als mensheid.

De film is er nu. Is dit voor jou het einde van iets, of eerder een begin?

Ik ben bang dat het vooral het begin is van iets, en dat het grootste nog moet komen. Als je vier jaar lang volhardt in iets, puur omdat je erin gelooft, en niet omdat er mogelijkheden in aangeboden worden, dan ga je door een groeiproces waarna je niet meer terugkan. Je kan de lat alleen nog maar hoger leggen.

In die zin zie ik dat ik een pad heb gecreëerd van een leven toegewijd aan het stoppen van ecocide. Dat is nog moeilijker dan een film maken.

Heb je radicale vrienden overgehouden aan je project?

Ik merk dat ik vooral mensen met elkaar in contact breng. Mensen hebben vaak het gevoel dat ze iets willen doen, maar niet weten wat of hoe. Die vinden elkaar en kunnen zo aan iets werken wat nuttig is.

Zolang er wereldwijd geen rechten voor moeder aarde zijn, of ecocide niet opgenomen wordt in het strafrecht, is het dweilen met de kraan open. Ik hoop vooral het emancipatieproces te kunnen bevorderen, en individuen op lokaal niveau aan elkaar te verbinden. Ik merk dat daar behoefte aan is.

Welk publiek wil je aanspreken met je film? Wil je mensen bekeren?

In eerste instantie is mijn film bedoeld voor mensen die willen dat de mensheid nog even blijft. Mijn film is een uitnodiging om de confrontatie aan te gaan met onze eigen sterfelijkheid, en hoe dat verbonden is met de misselijkmakende cultuur waarin we leven.

Aan de andere kant wordt ik soms moe van alle films die alleen de problematiek onderstrepen en waar je aan het eind van de film de neiging hebt om zelfmoord te plegen, of toch tenminste in een hoekje wil kruipen en huilen. Ik wilde een film maken die activisten toelaat hun batterijen op te laden. Waarvan ze denken “oké, het is een troep, maar ik heb weer zin om ambitieuzer en met frisse energie aan de slag te gaan”.

Het publiek dat ik probeer aan te spreken is eigenlijk iedereen die stiekem wel weet dat we in een allesomvattende existentiële crisis zitten, en graag een uitweg wil zoeken, maar niet helemaal weet hoe zo’n zoektocht handen en voeten kan krijgen.

Met je film wil je dus vooral een boodschap van hoop verspreiden?

Hoop èn actie! Want hoop zonder actie is valse hoop. En samenwerking. Zolang we allemaal in dat bewustzijn blijven hangen, vermeerdert onze politieke kracht niet. We leven in een samenleving waar we bij voorbaat uit onze politieke macht zijn ontzet, en om die te reclaimen is samenwerking nodig.

Daarvoor moeten mensen die vrede en rechten voor moeder aarde willen, even goed georganiseerd zijn als de mensen die baat hebben bij oorlog en een hiërarchische, rigide vernietigingscultuur.

 

Bekijk hier de trailer van de film.

Tickets en informatie over de première vind je hier. (Cineville pashouders kunnen de film gratis bijwonen.)

Reageer

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <i> <strong> <b> <cite> <blockquote> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <h2> <h3> <h4> <hr>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.