Latijns-Amerika in Beweging

Media

Narcos (Netflix)
maandag, 31 augustus 2015 17:13

Narcos is plata y plomo zonder suikerlaag

Letty Reimerink

Drugsbaron Pablo Escobar is natuurlijk een figuur die met zijn enorme imperium in de jaren ’80 tot op heden tot de verbeelding spreekt. Romantisering van deze self-made man, die ook nog geld uitdeelde aan de armen,  ligt dan al gauw op de loer in een verfilming. De makers van door Netflix geproduceerde 10-delige serie Narcos, die afgelopen vrijdag van start ging,  kiezen voor een andere aanpak. Die pakt grotendeels goed uit.

Murphy vs Crockett
Verfrissend is allereerst het feit dat ze in Latijns-Amerika dit keer ook inderdaad Spaans praten en niet een met een vet Spaans accent overgoten soort Engels. Hoofdrolspeler Wagner Moura uit Brazilië schijnt zelfs een half jaar in Medellin te hebben doorgebracht om de taal goed onder de knie te krijgen. Volgens sommige commentaren op internet is hij daar maar zeer ten delen in geslaagd en klinkt zijn Portugese tongval nadrukkelijk door. Als Netflix met deze serie ook de Latijns-Amerikaanse markt wil veroveren, is dat een beetje jammer. Maar goed, de Latijns-Amerikaanse acteurs spelen verder de sterren van de hemel, waartegen hun Amerikaanse tegenspelers een beetje als bordkartonnen figuren afsteken.

Boyd Holbrook speelt DEA-agent Steve Murphy, die op de boulevard in Miami vooral kleine marihuana-dealers op flipflops achterna zit, voordat hij met vrouw en kat afreist naar Bogotá om daar de lokale politie te ondersteunen in het opsporen van de drugshandelaren. Vanaf het moment dat hij voet aan de grond zet, hebben Escobars mensen hem natuurlijk al in de smiezen. Immers, Escobar heeft iedereen in zijn zak, van politie tot douane. Wie zich niet laat omkopen, krijgt een kogel door zijn hoofd: plata o plomo. Zo simpel steekt zijn wereld in elkaar.

Murphy stapt hier nogal naïef in. In zijn toelichting in de voice-over, zegt hij: “We kregen in de gaten dat de drugshandel geen kwestie van zwart of wit is”.  Best mogelijk dat de DEA-agenten inderdaad geen idee hadden waar ze in verzeild raakten, maar deze Steve Murphy is in alle opzichten de tegenhanger van die  andere bekende DEA-agenten van de buis: de flamboyante en altijd goed geklede Crockett en Tubbs uit Michael Manns jaren ’80-serie Miami Vice.

GPS bestond nog niet
Het werken met een voice-over pakt in Narcos deels goed en deels slecht uit. Het commentaar van Murphy is een beetje dat van een stoere jongen, terwijl hij zo totaal niet overkomt. Aandoenlijk is hoe hij in het begin uitlegt dat er in de jaren ’80 nog geen internet was en ook geen gps, waarmee je mensen makkelijk kon lokaliseren. Misschien is deze informatie wel nodig voor de jongere kijkers, die zich daar inderdaad niet zoveel bij voor kunnen stellen. Het voordeel van de voice-over is dat de informatiedichtheid enorm wordt vergroot.

In de eerste aflevering zien we in geen tien minuten hoe de drugsmokkel in rap tempo professionaliseert. In eerste instantie stuurt Escobar een van zijn medewerkers in een colbertje, waarin zijn moeder 5 kilo cocaïne heeft genaaid, met het vliegtuig op en neer naar de VS. Al snel volgen honderden bolletjesslikkers per week, waarna ze met eigen vliegtuigen gaan vliegen. Uiteindelijk lukt het ze zelfs om cocaïne te verwerken in de fiberglas carrosserie van een auto, waardoor de drugs zelfs voor honden niet zijn op te sporen.

Ook voor Amerikanen telden alleen dollars
De serie stapt nadrukkelijk af van het format van de Amerikanen als de good guys en de Colombianen als de bad guys. De makers kiezen ervoor het drama te larderen met echte beelden, waaronder beelden van de presidenten Nixon en Reagan, waarbij de voice-over vertelt dat niet het grote aantal drugsdoden in eigen land de regering zorgen baarde, maar de grote hoeveelheden Amerikaanse dollars die naar Colombia verdwenen. Daar weet Escobar inmiddels van gekkigheid niet meer wat hij met al die dollars moet doen, dus begraaft hij grote pakketten geld in een weiland.

Ondertussen gaat hij meedogenloos door met het vermoorden van iedereen die hem een strobreed in de weg legt. Geld en lood spelen die hoofdrollen in deze serie die een diepgaandere kijk biedt op de Colombiaanse drugshandel dan andere series. Daar staat tegenover dat je als kijker iets minder wordt meegezogen in het drama. Dat is misschien maar goed ook. Deze rauwe werkelijkheid is ook zo onthutsend en spannend genoeg.


Bekijk de trailer

Reageer

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <i> <strong> <b> <cite> <blockquote> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <h2> <h3> <h4> <hr>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.

Reacties

Naar mijn idee een grote flop

Naar mijn idee een grote flop en puur een Amerikaanse kijk op de situatie/geschiedenis. Als je echt een goede serie over Escobar wilt zien, raad ik ten zeerste deze aan: Pablo Escobar, El patron del mal. Een 113-delige serie geproduceerd door Caracol. Vele malen realistischer en uitgebreider, plus er wordt gebruik gemaakt van (hoe logisch) Colombiaanse acteurs zelf; plus er wordt ook gebruik gemaakt van echte nieuws beelden. Deze serie is vorig jaar nog door RTL-Crime volledig uitgezonden.