Latijns-Amerika in Beweging

Milieu

De groene woestijn: oliepalm in Colombia
dinsdag, 5 september 2006 0:00

Palmolie: de groene woestijn

Bron: Ojalá

Colombia en Ecuador zijn in Latijns-Amerika de belangrijkste producenten van palmolie. Nederland is grootafnemer. Over de nare bijsmaak van ‘groene’ energie.

De olie die gewonnen wordt uit de oliepalm is één van de belangrijkste plantaardige oliën binnen de voedingsindustrie en wordt verwerkt in voedingsmiddelen als margarine, frituurvet, soep, koek en chocolade. Daarnaast worden palmolie, palmpitolie en palmpitschroot gebruikt in cosmetische producten, zeep, wasmiddelen, vetten, kaarsen, verf en diervoeder. De afgelopen jaren is er groeiende interesse in het winnen van biodiesel uit organische producten als suiker, soja en ook palmolie. Verwacht wordt dat de wereldwijde vraag naar palmolie de komende twintig jaar zal verdubbelen.

De productie van palmolie concentreert zich vooral in Zuidoost Azië. In Latijns-Amerika zijn Colombia en Ecuador de belangrijkste producenten. De Colombiaanse palmindustrie is verantwoordelijk voor 9 procent van de mondiale productie en streeft naar een verzevenvoudiging van de productie. Was in 2000 ongeveer 170.000 ha beplant met oliepalm, het doel voor 2020 is 743.000 ha. President Uribe staat er volledig achter. ‘Wat we nodig hebben zijn miljoenen hectares,’ zei hij in 2004 tijdens de inauguratie van een oliepalmproject, ‘om werk te genereren, om de inkomsten van de boerenbevolking te verbeteren en om deze biodiesel, deze brandstof die we uit de palmolie kunnen winnen, te produceren.’

Kritiek van mensenrechten- en milieuorganisaties richt zich niet zozeer op de oliepalm zelf, maar op het productiemodel. Grote stukken regenwoud maken plaats voor oliepalmplantages en de lokale bevolking moet onder zware politieke en economische druk haar land verlaten. In Colombia staat de oliepalm gelijk aan politiek geweld en de vernietiging van één van ‘s werelds belangrijkste biotopen, de Darién Gap, het regenwoud op het grensgebied tussen Panama en Colombia.

Génesis
De Darién Gap is, commercieel gezien, één van de interessantste regio`s van het land. Naast de biodiversiteit en de enorme zoetwaterreservoirs lopen de missende honderd kilometer van de Pan Americana, die Vuurland met Alaska moet verbinden, midden door het gebied. Er zijn plannen voor verschillende energieprojecten die Midden- met Zuid-Amerika moeten verbinden; er liggen belangrijke gas en oliepijpleidingen; er is massale houtkap; er worden verschillende mineralen, waaronder goud, gewonnen en de grond behoort tot de meest vruchtbare van het land.

In de regio leven tientallen Afro-Colombiaanse en inheemse gemeenschappen die collectieve grondtitels bezitten van grote stukken land. Daarom en vanwege de ondoordringbaarheid van het regenwoud is het voor de Colombiaanse elite moeilijk om de regio onder politieke en economische controle te krijgen. In 1997 lanceerden de paramilitaire Autodefensas Unidas de Colombia, in samenwerking met het Colombiaanse leger, daarom Operación Génesis . De Afro-Colombiaanse en inheemse gemeenschappen uit het grensgebied tussen Colombia en Panama werden verjaagd. In de daaropvolgende jaren vond er massale illegale houtkap plaats en werden illegaal oliepalmplantages gebouwd. Aan de oevers van de Curvarado en Jiguamiando rivieren in de Uraba regio staat duizenden hectares illegale Afrikaanse palm, op de collectieve grond van de Afro-Colombiaanse en inheemse gemeenschappen.

Uribe startte zijn eerste ambtstermijn (2002-2006) met de belofte de paramilitaire structuren in het land te demobiliseren. In 2004 presenteerden de paramilitairen in Uraba een sociaal-economisch toekomstplan voor de regio, waarin de aanbouw van oliepalmplantages en door de staat gefinancierde productieve projecten centraal staan. Het cynische is dat de paramilitairen zich zo met steun van de Colombiaanse regering verzekeren van hun politieke en economische machtspositie.

Humanitaire zones
De grond van don Petro, bijvoorbeeld, staat midden tussen de oliepalmplantages. Het land waarop hij zijn hele leven maïs, bonen, bananen en yuca heeft verbouwd is nauwelijks terug te herkennen. Duizenden palmbomen staan in lange rijen achter elkaar, en laten een gevoel van dood en verderf achter. Er zijn geen vogels te horen: er heerst slechts een groene stilte.

Don Petro heeft vijf hectare van zijn grond ter beschikking gesteld aan families die tijdens Operación Génesis zijn verdreven. De ontheemde boeren hebben op zijn grond een humanitaire zone gevormd, waarmee ze zich volgens het internationaal humanitaire recht buiten het gewapende conflict plaatsen. De boeren blijven vaak niet langer dan een paar weken. Onder begeleiding van de Colombiaanse organisatie Comisión Intereclesial de Justicia y Paz en verschillende internationale organisaties keren ze vanaf de humanitaire zone terug naar hun eigen stukje grond. Na negen jaar ontheemd te zijn geweest kunnen ze nu langzaam weer aan hun toekomst bouwen.

Het initiatief van don Petro is niet geheel zonder gevaar. Arbeiders van de oliepalmplantages, paramilitairen en militairen hebben sinds de oprichting van de humanitaire zone verschillende bedreigingen geuit aan de terugkerende boeren. De laatste in een lange reeks was afgelopen 16 augustus. Paramilitairen dreigden don Petro te zullen vermoorden.

’Groene’ stroom
Nederland heeft een behoorlijke vinger in de pap in de palmoliehandel. Nederlandse banken (ABN-AMRO, ING) investeren in de palmolie-industrie en ook Unilever heeft grote belangen in de sector. Rotterdam is, na Kuala Lumpur, de grootste handelaar in palm- en palmpitolie. Er zijn plannen om op de Maasvlakte de grootste palmolieraffinaderij van Europa te bouwen.

Palmolie wordt sinds enige tijd in Nederland ook gebruikt in energiecentrales. De palmolie wordt als biomassa ingezet voor de opwekking van 'groene stroom'. Op een aantal plekken in Nederland wordt bovendien aan kleine energiecentrales gewerkt die volledig op palmolie moeten gaan draaien. Op kamervragen over de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij het schenden van mensenrechten en milieunormen in de oliepalmproductie antwoordde staatssecretaris Van Geel in augustus 2005: 'Het is de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven te controleren of buitenlandse biobrandstof duurzaam is geproduceerd.'

Internationale organisaties als de Wereldbank, regionale ontwikkelingsbanken en zelfs de VN stimuleren massaal de groei van palmolieplantages voor de ontwikkeling van biodiesel. Het productiemodel staat nauwelijks ter discussie. Ten onrechte, want monocultuur en grootschalige agro-industriële projecten worden afgeschilderd als duurzaam en gunstig voor de lokale bevolking. Noticias interviewde in mei dit jaar Danilo Rueda van Justicia y Paz. Zijn conclusie was kraakhelder: ‘De Europese burgers moeten scherp in de gaten houden waar hun belastinggeld terechtkomt. Als de subsidie besteed wordt aan monocultuur en ten goede komt aan groepen die illegaal stukken land bezetten, dan moeten jullie in Europa eisen dat de subsidie wordt ingetrokken.’

De vergelijking met soja dient zich aan. De productie van soja in Paraguay, Brazilië, Argentinië en Bolivia en het oliepalmmodel van Colombia hebben met elkaar gemeen dat de belangen van de lokale bevolking totaal ondergeschoven zijn aan die van de internationale markt. Vijfhonderd jaar geleden werd de inheemse bevolking van Zuid-Amerika van haar land verdreven voor goud en zilver. Vandaag de dag valt hetzelfde lot de inheemse en Afro-Colombiaanse bevolking ten deel omdat, paradoxaal genoeg, de rijke landen groene biodiesel willen.

Bronnen
- Toespraak van president Alvaro Uribe Velez in het departement Santander, 22 september 2004.
- Milieudefensie, Infoblad Palmolie Biobrandstof, 23 september 2005
- Movimiento Mundial por los Bosques Tropicales ‘El amargo fruto de la palma aceitera: despojo y deforestación’, Augustus 2001
- Fedepalma 'Visión y Estrategias de la Palmicultura Colombiana: 2000-2020'
- Comisión Intereclesial de Justicia y Paz. ‘Boletìn de Ver, 291: Carretera Panamericana,
- Columna Vertebral de los TLC y PPP. De Alaska a la Patagonìa’, 21 Augustus 2006
- Instituto Latinoamericano de Servicios Legales Alternativos ‘En plena desmovilización, ’paras’ del bloque ‘Élmer Cárdenas’ siguen apropiándose de fincas’, 1 Mei, 2006
- Amnesty International. ‘Fear for Safety, Colombia: Enrique Petro (M) Members of the afro-descendant communities’, 22 Augustus 2006
- Ravage #9, 2 juli 2004
- Food and Agricultural Organisation ‘La FAO apuesta por el paso a la bioenergía’, 25 april 2006

Reageer