Latijns-Amerika in Beweging

Economie

maandag, 4 november 2013 10:34

Pré-sal: privatisering met strenge voorwaarden

Door: Anna Ensing
en Saskia Kanis

Met de verkoop van het Libra-veld aan een consortium van Braziliaanse en buitenlandse oliebedrijven verwacht Dilma Roussef dat Brazilië op termijn de zesde olieproducent ter wereld wordt. Het Libra-veld is nu de grootste te ontginnen oliereserve ter wereld. Maar wat Dilma een ‘grote overwinning voor Brazilië’ noemt, zien tegenstanders als verlies. Zij waarschuwen voor de privatisering van Braziliaanse hulpbronnen, een verslechtering van arbeidsomstandigheden of risico’s voor het milieu.

Al in juli besloot Dilma tot het veilen van het Libra veld om ‘pré-sal’ te exploiteren. Met pré-sal (letterlijk: ‘voor-zout’) wordt verwezen naar de olie en gasvoorraden die onder kilometers dikke lagen steen en zout onder de zeebodem en in rotsen liggen. Deze formatie is slechts op enkele plekken in de wereld aanwezig en ontstond langs de rand van de uiteendrijvende continenten Afrika en Zuid-Amerika. Het is in Brazilië in enorme hoeveelheden voorradig langs zo’n 800 kilometer lange kuststrook. Pré-sal is een veelbesproken kans op het moment, nu oliebedrijven proberen nieuwe velden te bemachtigen en de olieprijs zo'n $110,00 per vat oplevert.

Geen sprake van privatisering

Het besluit van Dilma lijkt in strijd met haar uitspraken tijdens de verkiezingscampagnes in 2010. Toen zette zij zich af tegen de conservatieve presidentskandidaat Serra, voorstander van het privatiseren van olie. “Het verdedigen van de privatisering van pré-sal, één van de meest waardevolle grondstoffen in het land, betekent geld het land uit dragen in plaats van investeren in onderwijs, wetenschap, techniek, milieu, cultuur en gezondheid” , aldus Dilma destijds in een campagnefilmpje.

Op 21 oktober vond de veiling plaats in een hotel in Rio de Janeiro. Het winnende consortium bestaat uit het Braziliaanse staatsoliebedrijf Petrobrás (40%), de Nederlands-Engelse oliegigant Shell (20%), het Franse Total (20%) en de twee Chinese ondernemingen Cnooc en CNPC (ieder 10%). Toch is er volgens Dilma absoluut geen sprake van privatisering van de Braziliaanse oliewinning.

Gezondheidszorg en onderwijs

Door de verkoop van het Libra veld te koppelen aan strenge voorwaarden voor het winnende consortium, verwacht de president dat het rijk, de deelstaten en de gemeenten waar de velden toe behoren, 85% van de netto olieopbrengsten zullen incasseren. “Driekwart hiervan is van het rijk, en 10% van Petrobras. Zij die het hebben over privatisering, kennen deze cijfers niet,” aldus de president. Middels het zogeheten ‘sociaal plan van pré-sal’ verwacht Dilma middelen vrij te maken voor gezondheidszorg en onderwijs. De oorsprong van deze constructie is al afkomstig uit de periode van Lula. Die stelde dat de helft van de opbrengsten van olie- en gaswinning gereserveerd moest worden voor onderwijs, wetenschap en technologie.

Deze strenge voorwaarden zorgden er waarschijnlijk voor dat er slechts één consortium op het bod bood. Volgens analisten hebben bedrijven zoals BP of Exxon, mede om die redenen niet meegedongen naar het Libra veld. Het winnende consortium moet er rekening houden pas op lange termijn winst te zullen boeken.

Technologische investeringen

De olie- en gasreserves van het Libra veld liggen in een diepe kloof onder zoutlagen, ongeveer twee tot vijf kilometer onder de zee. Het oppompen van de olie vergt daarom meer technische expertise dan bij een ‘gewone’ oliewinning. Dilma betrekt grote bedrijven als Shell en Total bij de exploitatie, omdat Brazilië alleen sámen met deze bedrijven in de benodigde technische expertise kan investeren. Zo hebben de buitenlandse bedrijven de beschikking over diepzee robots die precies vaststellen hoe de staat is van de boorgaten, en eventuele lekkages opsporen. Eerdere lekkages met boringen in zee hebben duidelijk gemaakt dat het boren riskant is en de expertise dus essentieel.

Volgens de berekeningen van Dilma kan Brazilië rekenen op een opbrengst van 1.000 miljard dollar. Het pre-sal sociaal plan is een constructie die ervoor moet zorgen dat de privatisering niet de negatieve effecten heeft waar Dilma tijdens de campagne van 2010 voor waarschuwde. In de wetenschap wordt deze trend ook wel ‘neo-developmentalisme’ genoemd: buitenlands kapitaal is welkom zolang het zich voegt binnen de nationale ontwikkelingsstrategie.

Verslechterde werkomstandigheden

De Federação Única dos Petroleiros (FUP), de lidbond van Vakcentrale CUT die de oliewerknemers vertegenwoordigt, heeft zich desondanks duidelijk uitgesproken tegen de veiling van de pré-sal velden: “Deze ondernemingen zullen niet alleen alles exporteren wat ze produceren, ze zullen ook niet voor werkgelegenheid zorgen en de nationale industrie niet stimuleren,” stelt João Moraes, coördinator van de FUP op de website van de CUT. Hij ziet de veiling wel degelijk als privatisering en is van mening dat privatisering altijd samen gaat met uitbesteding van werk. “Bedrijven als Shell of Chevron eisen een langere werkweek dan Petrobras, ze tolereren geen onderhandelingen behalve via corrupte bonden, en zorgen dus voor een verslechtering van arbeidsomstandigheden.” De werknemers van Petrobras protesteerden dan ook tijdens de veiling tegen de buitenlandse betrokkenheid bij Braziliaanse oliewinning en staakten voor een hoger salaris.

De regering had op de nodige tegenstand gerekend. Bij het hotel in Rio waar de veiling plaatsvond waren vanaf het weekend voorafgaand aan de veiling legertroepen ingezet om de transactie te beschermen tegen boze oliewerknemers en tegenstanders van privatisering. De grote hoeveelheid traangas die de militaire politie inzette tegen de paar honderd demonstranten buiten, was tot binnen in het hotel voelbaar.

De milieubeweging heeft zich vooralsnog niet duidelijk voor of tegen de veiling van Libra uitgesproken. Sinds de olieramp die het Amerikaanse oliebedrijf Chevron in 2011 veroorzaakte in Brazilië, houden milieuorganisaties de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten. Chevron verrichtte pre-sal diepzeeboringen op een kilometer diepte in het Frade-veld, ten noordoosten van Rio de Janeiro. De olielek voor de kust van Rio op 9 november 2011 werd waarschijnlijk veroorzaakt doordat Chevron zonder toestemming te diep boorde. De milieuramp verhoogde de zorgen ten aanzien van boringen in pré-sal velden omdat die altijd diep onder de zeebodem liggen en nieuwe technologische kennis vereisen. Binnen de Milieuafdeling van de staat Rio de Janeiro werd een ‘rood alert’ afgegeven voor toekomstige boringen in pré-sal velden. Het hoofd van de afdeling gaf tegelijkertijd aan niet tegen olieboringen te zijn, maar wel voor strengere regels en betere preventie.

Succes niet gegarandeerd

Inmiddels is gebleken dat de pré-sal velden veel groter zijn dan eerder werd aangenomen. De olie (en gas) reserves worden geschat op 8 tot 12 miljard vaten. In de gehele Campos en Santos bekken gezamenlijk schat men de oliereserve op 60 tot 80 miljard vaten. Ook blijkt dat de olie die dieper in de grond zit, zoals in het Libra-veld, een hoogwaardigere olie is dan die in eerder geëxploiteerde velden, die minder diep onder de grond zaten.

Het is nu afwachten of Dilma haar plannen daadwerkelijk weet waar te maken en met deze pragmatische zet het land inderdaad sociaal vooruit helpt. Zij gaf zelf al aan dat het succes van pré-sal niet gegarandeerd is, en vooral afhangt van beleid en maatregelen ten aanzien van sociale vooruitgang en milieu. Het is een investering in de toekomst want vanwege de benodigde tijdsinvestering, zal de winst van de pré-sal pas over ruim tien jaar beginnen binnen te stromen. Tegen die tijd zal Dilma hoogstwaarschijnlijk geen president meer zijn.

Reageer

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <i> <strong> <b> <cite> <blockquote> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <h2> <h3> <h4> <hr>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.