Latijns-Amerika in Beweging

Mensenrechten

donderdag, 10 maart 2016 18:16

Vrede met straffeloosheid of gerechtigheid zonder vrede?

Een discussie over het vierde deelakkoord in de Colombiaanse vredesonderhandelingen.

Op 15 december jl. bereikte het Colombiaanse vredesproces een doorbraak met een akkoord op een van de meest gevoelige thema’s in de vredesonderhandelingen: de rechten van slachtoffers en de berechting van de daders. Hiermee lijkt een definitief vredesakkoord, dat een einde moet maken aan meer dan vijftig jaar gewapend conflict, dichterbij dan ooit.

In ruil voor een bekentenis krijgen daders van grove mensenrechtenschendingen alternatieve straffen opgelegd door een speciaal hiervoor te benoemen tribunaal. Deze straffen betekenen weliswaar een beperking in hun bewegingsvrijheid, de binnenkant van een cel zullen ze nooit zien. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch uitte zware kritiek op het deelakkoord. Het zou het recht van slachtoffers op gerechtigheid opofferen en de straffeloosheid bezegelen.

Eind januari vond in de Balie in Amsterdam het jaarlijkse Human Rights Weekend plaats. Aan het gesprek namen deel José Miguel Vivanco (Americas Director bij Human Rights Watch), Liesbeth Zegveld (partner bij Prakken d’Oliveira, gespecialiseerd in aansprakelijkheid voor mensenrechtenschendingen) en Fleur Ravensbergen (onderdirecteur van de Dialogue Advisory Group).

Meer dan vijftig jaar in conflict

“Het conflict in Colombia is al lange tijd een van de prioriteiten voor Human Rights Watch,” vertelt Vivanco,, “vanwege de aard en het aantal van de gruwelijkheden die al meer dan vijf decennia gepleegd worden door niet alleen de FARC maar ook andere guerrilla-eenheden, leger, politie en paramilitaire organisaties.” Het land wordt gekenmerkt door corruptie, drugshandel, geweld en mensenrechtenschendingen, die gepaard gaan met een grote mate van straffeloosheid. Maar zelfs tijdens het conflict is al geprobeerd hiertegen op te treden.

"Opvallend is dat in Colombia uitzonderlijke pogingen zijn gedaan door rechters, openbaar aanklagers, activisten en vakbonden om misstanden aan de kaak te stellen en juridische onderzoeken en zelfs straffen af te dwingen. Met heel weinig middelen maar heel veel moed is het hen gelukt belangrijke resultaten te boeken. Vergelijk Colombia met bijvoorbeeld Mexico, en het verschil is opvallend", zegt Vivanco.

“De mensenrechtenschendingen die vandaag de dag nog steeds begaan worden door het leger, guerrillas en paramilitaire groepen zijn gerelateerd aan dit conflict”, zegt Vivanco, “en het idee is dat deze misstanden afnemen zodra er vrede is. Daarnaast geeft een akkoord de overheid de mogelijkheid door te dringen tot gebieden die tot dan toe aan hun lot overgelaten werden. Human Rights Watch steunt het proces op Cuba dan ook. Maar het deelakkoord dat er nu ligt voldoet niet aan zelfs maar de meest basale voorwaarden die uit internationale rechtsnormen voortvloeien, en maken een duurzaam vredesproces daarom onwaarschijnlijk”.

Het justice agreement

Wat houdt het akkoord precies in? Vivanco legt uit. “Daders van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid (de zwaarste categorieën misdaden in het internationaal mensenrecht, red.) krijgen de mogelijkheid een bekentenis af te leggen, waarna een nog speciaal hiervoor op te richten hof de strafmaat bepaalt. Minimaal twee jaar (wanneer de dader géén beslissende rol heeft gespeeld in de misdaad), en maximaal acht jaar.” Achter de tralies belanden ze echter niet, en daar zit hem nou precies het probleem, vindt Human Rights Watch.

“De FARC is niet verslagen, ondanks verwoedde pogingen van ex-president Uribe. En dus was een gang naar de onderhandelingstafel de enige optie om een einde te maken aan het conflict. Dat betekent concessies doen, en proportionele straffen voor grove mensenrechtenschendingen zijn uitgesloten. Helemáál geen gevangenisstraf, zelfs niet als de gemaakte afspraken niet nagekomen worden, vinden wij echter onaanvaardbaar.”

Vivanco doelt hiermee op het onderdeel van het akkoord dat bepaalt dat een beklaagde zélf een voorstel over de invulling van zijn straf doet. Dat kan zijn de bouw van scholen of het aanleggen van wegen. Het hof moet dit voorstel weliswaar goedkeuren, maar handhavingsmechanismen ontbreken. Mocht een beklaagde toch niet beginnen aan zijn project, of het niet afmaken, dan zijn daar geen juridische consequenties aan verbonden die hem alsnog in de cel doen belanden. Sterker nog, het akkoord suggereert dat de uitvoer ‘in goed vertrouwen’ moet gebeuren. En ook als de beklaagde al in twee jaar zijn school heeft gebouwd terwijl hij acht jaar opgelegd had gekregen, dan zitten daar geen consequenties aan. “Een enorme stap terug, niet alleen voor Colombia, maar voor de gehele internationale gemeenschap”, vindt Vivanco.

Ook Liesbeth Zegveld onderschrijft het belang van gerechtigheid. “In het internationaal mensenrecht moeten grove mensenrechtenschendingen bestraft worden met proportionele straffen. Vanuit dit perspectief bestaat er geen twijfel, het akkoord dat er nu ligt voldoet niet. We hebben het hier over een vrede die opgelegd wordt aan diegenen die te zwak zijn om hun eigen gerechtigheid af te dwingen. Daarom is het zo belangrijk dat vrede rechtvaardig is. De vraag is alleen: hoeveel gerechtigheid, en wanneer wil je die gerechtigheid?”
 
Peace first, justice later?

Misschien een kwestie van vrede eerst, gerechtheid later? Fleur Ravensbergen denkt dat dit een goede optie is. “Het is een onvoorstelbaar moeilijk proces, en ik denk dat we blij moeten zijn met het resultaat dat er nu ligt. Het is nu aan Colombia om te beslissen of ze hiermee akkoord gaan.”

Inzetten op hoge gevangenisstraffen is bovendien niet de enige optie. Ravensberger: “We moeten niet vergeten dat hoe hoog je de straf ook maakt, hij is misschien wel nooit proportioneel. Andere transitional justice mechanismen kunnen ook veel opleveren. Kijk bijvoorbeeld naar de gacaca-rechtbanken in Rwanda, of het drinken van het bittere sap in Noord-Oeganda. Het belangrijkste is dat deze alternatieven voor strafrechtelijke vervolging oprecht zijn, en het belang van de slachtoffers voorop stellen.”

De stem van de slachtoffers

Maar weten we wel wat de slachtoffers zelf willen? Er is al veel kritiek geuit op de veel te kleine rol van slachtoffers in het onderhandelingsproces. Vivanco stelt dat de regering wel haar best heeft gedaan slachtoffers de mogelijkheid te geven de confrontatie met de FARC aan te gaan in La Havana. “Maar dit was ook vooral een poging om het proces meer legitimiteit te geven. De impact op het proces is minimaal geweest”. Volgens Vivanco is het ook heel moeilijk te zeggen wat de slachtoffers precies willen, simpelweg omdat het er zo veel zijn. “Er zijn meer dan 225 duizend doden gevallen tijdens het conflict, en Colombia is het tweede land na Syrië met het grootst aantal interne vluchtelingen: 5 tot 6 miljoen.”

Zegveld merkt op dat slachtoffers vaak vooral de waarheid boven tafel willen. “Ze willen weten wie hun zoon vermoord heeft, en waar het lichaam is. Een begrafenis, ook al is het een symbolische, is enorm belangrijk voor slachtoffers. om daarna hun leven enigszins weer op te kunnen pakken.”

Ook genoegdoening of een veroordeling zonder dat daar een gevangenisstraf aan vastzit kunnen opties zijn, vult ze aan. Hoewel niet voor oorlogsmisdadigers.

Daarnaast kunnen omstandigheden een belangrijke rol vervullen. “Soms, als het conflict al lang geleden is, willen de nabestaanden geen gevangenisstraffen meer, zoals in  het geval van de Indonesische vrouwen (die een schadevergoeding van de Nederlandse Staat eisen voor de standrechtelijke executies in Indonesië, red.). De weduwen van Srebrenica weten echter allang wat er gebeurd is en willen de daders achter tralies zien.”

Justice versus peace

Ravensbergen stelt dat de keuze nu bij het Colombiaanse volk ligt.Het akkoord dat er ligt is het resultaat van een langdurig en moeizaam proces en heeft een aantal heel goede elementen. Het volk beslist nu, en wij hebben deze beslissing te respecteren.” Ze doelt hiermee op het referendum dat gepland staat over het akkoord. Vivanco werpt hier echter fel tegenin dat dit geen zaak is die democratisch beslecht kan worden. “Meerderheid versus minderheid is niet afdoende in deze situatie. Mensenrechten zijn immers universeel.”

Vanuit het publiek verwoordt een medewerker van de Colombiaanse ambassade het dilemma nog eens scherp: vrede met straffeloosheid, of gerechtigheid maar oorlog? Ravensbergen kiest zonder twijfel voor de eerste optie, maar volgens Vivanco is de keuze niet zo makkelijk. “De wereld is veranderd en we kunnen hogere eisen stellen aan een democratische transitie dan tien jaar geleden. Deze vooruitgang moeten we vasthouden.” Bovendien maakt Vivanco zich ernstige zorgen over de implementatie van het akkoord. "Ik heb er geen vertrouwen in dat er echt iets verandert in Colombia. De vrede zal ongetwijfeld getekend worden dit jaar."

Maar is de Colombiaanse overheid ook in staat deze te implementeren? Vivanco geeft een voorbeeld: "Het deelakkoord over land restitutie zat heel goed in elkaar, met een mechanisme dat intern ontheemden de mogelijkheid biedt grond terug te krijgen, mét eigendomspapieren. Wij gingen een jaar later kijken hoe het zat met de implementatie: slechts een familie had er baat bij gehad. De gerechtigheid-component in deze vergelijking is te zwak, en ze vormt daarmee een bedreiging voor het vredesproces."

Reageer

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <i> <strong> <b> <cite> <blockquote> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <h2> <h3> <h4> <hr>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.